KZ-Lager
Auteur: Danique Reniers
Een KZ-Lager is een concentratiekamp. De concentratiekampen zijn uitgevonden door de Britten. Ze zeggen dat Lord Kitchener en Robert Badenpowell het hebben uitgevonden. Het werd voor het eerst toegepast in de Boerenoorlog van 1899-1902. Daar stopten ze de vrouwen en kinderen van de strijders in. Het was een verschrikkelijke ervaring en de ontwikkeling van de concentratiekampen werd alleen maar groter. Het werd vooral toegepast in de Tweede Wereldoorlog.
Hitler wilde de Untermensch vernietigen, hij wist, voordat hij de macht kreeg, nog niet hoe hij dat zou moeten doen. Hij stuitte op veel problemen, namelijk dat hij alle joden moest opsporen en ze zou moeten vernietigen, zonder dat de mensen precies zouden weten wat er allemaal gebeurde.
Veel mensen waren in het begin al voor Hitler en waren het volkomen eens met zijn ideeën, maar natuurlijk waren er ook mensen die er tegen waren, de politieke tegenstanders. Toen Hitler eenmaal alleen de macht had, kon hij alles besluiten. Hij wilde dat iedereen het met zijn ideeën eens was en ervoor zou werken. Als je dat niet deed, dan hoorde je niet bij het Duitse ras en moest je opgesloten worden. Daarom werden er al meteen aan het begin van Hitlers machtsperiode concentratiekampen gesticht. De eerste waren Dachau en Oranienburg (1933), Buchenwald (1936), Sachsenhausen (1937) en het vrouwenkamp Ravensbrück. Hier werden de mensen die het niet eens waren met Hitler ‘geconcentreerd’, zodat ze het land en de stichting van het Rijk niet tot last konden zijn.
Hitler vond deze kampen eigenlijk ook geschikt voor de vernietiging van de joden. Ze zouden worden opgepakt en vervoerd worden naar een concentratiekamp. Daar zouden ze dan allemaal bij elkaar zitten en je kon ze dan gemakkelijk vernietigen.
Je had verschillende concentratiekampen.
- De doorvoeringkampen
- De deportaties
- De vernietigingskampen
- De werkkampen
De doorvoeringkampen:
In deze kampen zaten de joden allemaal bij elkaar en ze leidden hier een redelijk normaal leven. Het was natuurlijk niet normaal, want het werd allemaal geleid door de Duitsers. Je kon hier vandaan doorgevoerd worden naar een concentratiekamp, maar dat hoefde niet altijd.
In Nederland was er ook een doorvoeringkamp, Westerbork. Ik neem dit kamp als voorbeeld, want zo ging het in de rest van de kampen ook ongeveer. Dit kamp werd in 1939 door de Nederlandse overheid opgericht om Duitse joden op te vangen, die uit hun eigen land gevlucht waren. Toen Nederland bezet werd, maakten de Duitsers dankbaar gebruik van dit kamp. Het kon eigenlijk onderdak geven aan 1800 mensen, maar de Duitsers bouwden er nog eens een aantal barakken bij, zodat het uiteindelijk voor 9000 mensen geschikt was. Er waren alleen te weinig bedden voor al die mensen. Na een tijdje kwamen er ook steeds meer mensen bij, omdat het Duitsers niet uitmaakte, omdat het ‘maar joden waren’. Op het hoogtepunt zaten er 17000 mensen in Westerbork, dat was bijna 2 keer zoveel als eigenlijk kon.
In dit kamp probeerden de mensen een zo normaal mogelijk leven te leiden. De gezinnen woonden hier gewoon bij elkaar en er waren werkplaatsen. De mannen en vrouwen probeerden hier een baantje te krijgen, zodat ze wat afleiding hadden. Er werd namelijk niet veel geproduceerd in de werkplaatsen. De mensen wisten ook dat, als je werk had, de kans om doorgevoerd te worden naar een concentratiekamp kleiner was. Je kon in het kamp niet betalen met gewoon geld, je moest betalen met kampgeld. Je kreeg dat geld als je het meegenomen, gewone geld inruilde. Je kon met dit geld betalen in het restaurant en in de kampwinkel. Ondanks al deze voorzieningen, was het leven in Westerbork moeilijk voor de gezinnen. Je leefde elke dag in spanning, want je kon gedeporteerd worden naar een concentratiekamp en voor de meeste mensen betekende dat de dood.
De deportaties:
Je kon op 2 manieren in een concentratiekamp terechtkomen, je kon worden opgepakt en meteen naar een concentratiekamp worden gebracht, maar je kon ook eerst naar een doorvoeringkamp gebracht worden. Als je daar was, kon je verder gedeporteerd worden naar een concentratiekamp. De Duitsers stelden iedere keer een lijst samen met de namen van wie er naar een concentratiekamp gebracht zouden worden. De Duitsers deden dit heel erg gemeen, omdat het eigenlijk de joden waren die de lijsten zelf samenstelden.
Als je op de lijst was gezet, werd je met de trein verder vervoerd. Het was geen normale trein waarmee je vervoerd werd, maar de joden werden in veewagons gepropt. In Nederland was er een paar jaar voor de oorlog een proces geweest of je nou 14 of 15 koeien met een veewagon vervoerd mochten worden. De Duitsers trokken zich hier echter niks van aan en propten soms wel 70 joden in 1 wagon. De reis naar Auschwitz, waar de meeste joden naar toe werden gebracht, duurde vanuit Nederland 5 dagen. Veel van de joden die in de trein zaten, overleefden daarom de reis niet eens. Als ze de reis wel overleefden, konden ze of naar een vernietigingskamp worden gebracht, of ze moesten werken in een werkkamp, waar ook veel joden stierven, omdat ze onder hele slechte omstandigheden moesten werken.
Bij aankomst van een trein bij een kamp, moesten de mensen eerst worden geselecteerd. De mannen die nog konden werken, werden naar een werkkamp gebracht. Vrouwen, kinderen, ouderen en zieke mensen werden naar een ander kamp gebracht. Dat waren de vernietigingskampen en je werd er meteen omgebracht. Eerst gebeurde dit selecteren nog als de mensen uit de trein waren gestapt, maar dat vonden de Duitsers na een tijdje te lang duren. De vrouwen, de kinderen en de zieke mensen werden sowieso al meteen naar het vernietigingskamp gebracht, maar de mannen konden ook nog naar het werkkamp. Het lag eraan aan welke kant van de trein zij uitstapten, was dat de ‘goede’ kant, werden ze naar het werkkamp gebracht en hadden ze nog een kans om te overleven, maar als ze aan de andere kant uitstapten, werden ze net zoals de andere mensen meteen naar het vernietigingskamp gebracht.
De vernietigingskampen:
Eigenlijk kun je alle kampen hieronder indelen, omdat alle kampen ten slotte bedoeld waren om het joodse ras, andere inferieure rassen en de politieke tegenstanders uit te roeien. De mensen die in het vernietigingskamp terechtkwamen, werden meteen vermoord. Dit gebeurde al met de politieke gevangenen, voordat de Duitsers begonnen met het deporteren van de joden naar deze kampen.
De mensen werden eerst op verschillende manieren vermoord. Voordat de joden naar deze kampen toe werden gebracht, werden de politieke gevangenen meestal doodgeschoten. Tussen 2 barakken was dan een ruimte gemaakt, waar de mensen mee naar toe werden genomen. Ze moesten daar tegen een muur gaan staan en werden dan doodgeschoten. In september 1941 werd er in Auschwitz voor het eerst geëxperimenteerd met het gas Zyklon B.
Er werden 600 krijgsgevangenen en 250 zieke joden uit de Poolse getto’s gehaald. Het crematorium werd omgebouwd tot een gaskamer. De mensen die hier terechtkwamen, zouden in deze kamers worden vergast. De kamers waren gecamoufleerd als doucheruimte. Het was normaal dat je ontsmet zou worden als je een kamp werd binnengebracht. De mensen moesten daarom meteen na aankomst douchen. Als de hele kamer vol was, hoorden de mensen rustige muziek. Dit moest de joden rustig maken en afleiden. Als dan de douches aangingen, kwam er in plaats van water, het gifgas Zyklon B uit de douches. Alle joden in de ruimte gingen dan dood. In Auschwitz werden er op het hoogtepunt 6000 joden per dag om gebracht. Niet alle joden werden meteen omgebracht, maar een aantal werden ook gebruikt voor de experimenten. De meeste gingen hierbij dood, maar als ze in leven bleven, werden ze later meestal nog vergast. Er zijn maar een paar die zo’n kamp hebben overleefd.
De werkkampen:
Gezonde mannen werden naar een werkkamp gebracht. Ze moesten daar in de werkhal spullen fabriceren. Meestal werden ze ingezet bij de wapenindustrie, omdat de behoefte aan wapens groot was. Het leven in een werkkamp was verschrikkelijk, je kon er levend uitkomen, maar je kon ook op heel veel manieren doodgaan in een kamp.
Na aankomst in het kamp, werd alles afgenomen wat je nog had. De mannen moesten hun kleding en schoenen uitdoen. De schoenen werden daarna opgehaald. Daarna kwamen er mannen met scheermessen, want iedereen werd kaalgeschoren. Als dat allemaal was gebeurd, moesten de mannen ontsmet worden. Eigenlijk mocht niemand in het kamp in aanraking komen met de joden voordat zij waren ontsmet, omdat zij vies waren. Eerst moesten de mannen douchen. Dit mocht maar heel kort. Na de douche mochten de Duitsers wel allemaal in aanraking komen met de mannen. Ze kregen kleding, maar niet de kleding die ze zojuist hadden uitgetrokken. Het waren eigenlijk een paar aan elkaar genaaide lappen stof. Ze kregen ook schoenen, maar ook niet de schoenen die ze hadden afgegeven. Ze kregen een paar met houten zolen, die natuurlijk verschrikkelijk pijn deden aan hun voeten, maar ze moesten er de hele dag op lopen. Als dit allemaal was gebeurd, mochten ze het kamp in.
De mannen moesten hier slapen in barakken. Het waren gebouwen met twee kamers. Eén grote kamer werd gebruikt voor de SS’er, die de wacht moest houden bij de barakken.
Bij iedere barak was dit zo. Deze kamer was helemaal ingericht, zoals een gewone huiskamer, met mooie meubels en er stonden vaak nog bloemen. Dit was een heel verschil met de andere kamer, die was bedoeld voor de joden en de andere gevangenen. Het was een, als je kijkt naar hoeveel mensen er in de kamer zaten, veel te kleine kamer. Er stonden alleen bedden, wat je eigenlijk ook niet zo kon noemen. Het waren meer een paar planken met een heel erg dun stromatras erop. Er waren steeds drie bedden op elkaar. Er waren lang niet genoeg bedden voor alle mannen. Meestal moesten de mannen de bedden met elkaar delen, terwijl de bedden toch al heel klein waren. De bedden moesten ‘s ochtends worden opgemaakt, zodat er geen kreukel meer in zat, anders kreeg je straf. ’s Ochtends was ook een heel probleem om op te staan. Er was niet genoeg ruimte om te lopen voor alle mannen, dus moest eerst de ene helft uit bed, om zich aan te kleden, dan kon de andere helft pas uit bed komen.
Alle mannen in het kamp kregen een nummer. Alles werd hen namelijk afgenomen, ze hadden hier ook geen naam meer voor de Duitsers. Het nummer was een soort naam voor hen. Ze kregen het getatoeëerd op hun linkeronderarm. Aan dit nummer kon je zien wanneer hij was binnengekomen en waar hij vandaan kwam. Ook de kampbewoners wisten dit precies. Het nummer had je nodig voor alles wat je in het kamp deed. Je moest je kunnen identificeren, bijvoorbeeld voor het eten, anders kreeg je het niet. In het begin mocht je het nummer laten zien en dan was het goed. Later moest je het in het Duits op kunnen zeggen, en dat moest erg snel gebeuren, anders werd je geslagen. Je kreeg dan ook niet wat je eigenlijk wou. De mannen in het kamp kon je ook aan andere dingen herkennen. Er werd in het kamp onderscheid gemaakt tussen drie groepen, de joden, de politieke gevangenen en de veroordeelden. Je kon ze herkennen aan de kleding. Iedereen draagt gestreepte pakken, maar de veroordeelden hebben een groene driehoek op hun kleding genaaid, de politieke gevangenen een rode driehoek en de joden hadden een rode of een gele ster. De joden vormden de meerderheid in het kamp.
Het was best moeilijk om aan eten te komen. Je kreeg wel eten, maar dat was heel erg weinig. Alle mensen kwamen bij elkaar in een barak, die als restaurant diende. Iedereen had een vaste plek, waar zij in rijen moesten staan. Er gebeurde dan meestal lange tijd niets. Er werd muziek gespeeld om de mensen af te leiden. Iedereen had een eigen kom, waar ze eten in kregen. Dat was meestal soep. Als het eten er was, moest iedereen in een lange rij wachten tot ze aan de beurt waren en eten kregen. De mannen wisten na een tijd wel dat je op sommige plekken in de rij meer kreeg dan op een andere plek. Iedereen probeerde dan op die plek te gaan staan. Het eten was meestal niet van een hele goede kwaliteit, maar ze aten het toch, omdat ze niks anders kregen. Ze kregen de hoeveelheid eten, zodat ze precies genoeg vocht en voedsel binnenkregen. Ze kregen voor de rest van de dag niks anders te eten en drinken mocht ook niet. Er waren wel kranen op sommige plekken, maar daar hingen bordjes dat het verboden was om eruit te drinken. Het water dat uit de kranen kwam, was trouwens ook heel verontreinigd. De mensen wilden dat niet eens drinken, hoeveel dorst zij ook hadden. Er probeerden wel eens mensen op andere manieren aan water te komen. Een man had eens een keer een ijspegel gevonden. Een wachter had dit echter gezien en had de man in elkaar geslagen. De mensen werden vaak mishandeld in de kampen.
De omstandigheden voor de mannen in de kampen waren heel erg slecht. Er gingen veel mensen dood. Dat kwam omdat er soms ziektes uitbraken. De hygiëne was er namelijk niet erg goed. Per 8 blokken was er 1 wc en daar moesten dus heel veel mannen gebruik van maken.
Er mocht alleen gedoucht worden op de afgesproken dagen en dat was niet erg veel. De douches waren bovendien niet heel erg schoon. Als er 1 iemand ziek was, kon hij gemakkelijk heel veel andere mannen besmetten. Er waren wel artsen op het kamp, maar daar moest je niet veel van verwachten. De artsen waren namelijk van de SS. Ze genazen de mensen wel, maar keken niet veel naar ze om en met sommige dingen wilden ze niet helpen. Ze waren natuurlijk ook tegen de joden en voerden daarom de gruwelijkste experimenten met hen uit. Er waren nog meer dingen waaraan je dood kon gaan. Veel mannen hongerden uit in het kamp. Ze kregen veel te weinig eten en misschien hadden ze het volgehouden als ze niet zoveel hoefden te werken, maar ze moesten hard werken, omdat de SS ze elk moment op de vingers keek. Ze waren zover verzwakt, dat veel van hen ook stierven van de honger en de dorst. De mannen in het kamp werden ook vaak mishandeld door de SS. Het was een taak van hen om op te letten wat de joden allemaal deden. Zodra ze zagen dat 1 van hen iets verkeerd deed, moesten ze die persoon straffen. Dit deden de meeste van de SS’ers, die zich op het kamp bevonden en ze hadden er nog plezier in ook. Ze waren fel tegen de joden en het kon hun dan ook niet schelen als ze de joden zagen lijden, het deed hen meestal alleen plezier. Ze konden niet snel genoeg het hele joodse volk uitroeien. Dat de SS’ers echt alleen het slechtste met de joden voorhadden, kan je zien aan de kleding. Ze moesten schoenen met houten zolen dragen, dat deed verschrikkelijk veel pijn. De mannen moesten op een dag veel lopen. Na een paar uur verschenen er soms al wonden op de voeten. Ze durfden hiermee niet naar de artsen, omdat die toch alleen maar zouden zeggen dat niks er meer tegen hielp. Iedereen in het kamp had dan ook de verschrikkelijkste wonden op zijn voeten en sommige hadden er zelfs misvormde voeten door gekregen. De mannen in het kamp konden dus op veel manieren doodgaan door het kamp zelf, maar ook veel joden uit de werkkampen belandden uiteindelijk in de gaskamer of werden alsnog doodgeschoten. Er zijn maar heel weinig joden die een werkkamp overleefd hebben.
De concentratiekampen lagen heel afgelegen en niemand zou er gewoon naar toe komen om te kijken wat er gebeurde. Niemand zou dus weten wat er allemaal gebeurde in de kampen. Hitler kon daar dus zijn gang gaan en alle joden en andere Untermenschen vernietigen. Dit was het antwoord op ‘het joodse vraagstuk’, ‘de Endlösung’. Het werd door de nazi’s besloten in de zomer van 1941. Op 20 januari 1942 werd er in een villa aan de Wannsee in Berlijn besloten hoe het allemaal geregeld zou worden en nu kon het deporteren van de joden naar de concentratiekampen beginnen.
De maatregelen die door de nazi’s werden getroffen, waren de J op het persoonsbewijs en later de Jodenster op de kleding van iedere jood. In de zomer van 1942 werden de eerste joden uit Nederland gedeporteerd.
Nu er steeds meer joden verdwenen, werden de meeste joden bang. De meeste zorgden dat ze niet werden opgepakt. Veel joden gingen onderduiken bij mensen die ook tegen Hitler waren en de joden graag wilden helpen. Dit was erg gevaarlijk, omdat zij ook de kans liepen opgepakt te worden, als de Duitsers zouden ontdekken dat er joden bij hen ondergedoken zaten. Sommige joden gingen niet onderduiken, maar zorgden dat er een vals persoonsbewijs werd gemaakt, waar geen J op stond en ze droegen geen ster op hun kleding. Ze veranderden meestal ook hun uiterlijk, omdat ze daaraan meestal herkend werden. Er was een beeld van een typische jood, die had een grote neus en donker haar. Ze werden soms door hun uiterlijk herkend, en dus zorgden sommigen voor geblondeerd haar of iets anders, om niet herkend te worden. Het heeft vaak geen zin gehad, er werden namelijk veel joden afgevoerd en omgebracht. Er zijn maar enkele joden die kunnen navertellen, wat er in het concentratiekamp gebeurde.
De joden waren trouwens niet de enige die vervolgd werden. Hitler zag nog veel meer rassen als Untermensch. Ze konden niets betekenen voor het Derde Rijk. Ze zagen er, net zoals de joden, anders uit en hoorden niet bij het sterke ras, of ze waren te zwak voor het Derde Rijk. Er mochten namelijk alleen sterke rassen in komen, die de hele wereld zouden overnemen. De zigeuners, homoseksuelen, lichamelijk- of geestelijk gehandicapten en Jehovagetuigen behoorden niet tot deze groep.
Deze mensen werden net zoals de joden naar de concentratiekampen gebracht, maar de meeste waren nog steeds joden. Er werden ook nog steeds mensen naartoe gebracht die het niet eens waren met Hitler of die een misdaad gepleegd hadden tegen Hitler.
Comments (0)
You don't have permission to comment on this page.